Als mijn innerlijke zesjarige ruzie maakt met die van haar

Al dagen botsten we. Over kleine dingen. Water dat morste, woorden die te hard binnenkwamen en emoties die groter waren dan het moment zelf. Wat begon als een simpele correctie, eindigde in tranen, boosheid en een pijnlijke realisatie: dit ging niet alleen over mijn dochter. Dit ging ook over mij.

Al dagen liggen we met elkaar in de clinch.
Ik kijk haar aan en denk: wat is er met jou aan de hand?
Zij kijkt mij aan en denkt vermoedelijk precies hetzelfde, maar dan met meer vuur en minder nuance.

Bij de kleinste correctie schiet ze in de weerstand. En laat ik eerlijk zijn: ik verdraag momenteel ook niet zoveel. Zal wel aan de tijd van de maand liggen. Zo vlak voor mijn menstruatie voelt het alsof mijn zenuwen open en bloot liggen. Alsof alles zonder filter binnenkomt. Inclusief gemorste glazen water en brutale opmerkingen van een zesjarige.

We zijn geen goede mix de afgelopen dagen.
“Stomme mama, papa is veel leuker dan jij!”
“Ik ben blij als papa er weer is.”

Auw.

Het voelt alsof oude wonden worden opengereten. Ze duwt me letterlijk en figuurlijk weg en ik heb het er moeilijk mee. Mijn innerlijke kind neemt het stuur over. Niet de volwassen moeder-met-overzicht, maar het meisje dat denkt: stop, hou op, dit doet pijn.

Ik probeer haar te laten stoppen. Zij geeft gas bij.
Ik neem haar woorden letterlijk. Voel me afgewezen. Verdrietig.
En wat doe je dan als volwassen vrouw? Juist: je vuurt een volledig bataljon aan waarom-vragen af op een kind van zes.

Spoiler: dat werkt niet.

Geen antwoorden, alleen maar méér weerstand.
Mijn innerlijke zesjarige krijgt ruzie met haar zesjarige.

STOP!

Even afpellen: wat gebeurde hier nou echt?

Context is alles.
Ik corrigeerde haar toen ze water morste. Op mijn zenuwen-liggen-open-en-bloot manier. Te direct. Te scherp.

Zij: gevoelig en gespannen.
Haar verjaardag nadert (lees: existentiële crisis in kinderformaat).
En ze zit midden in haar identiteitsontwikkeling. Wie ben ik? Doe ik het goed? Ben ik oké?

En dan is daar haar moeder. Die haar corrigeert.

Niet letterlijk met: “je doet het niet goed”,
maar zo ervaart zij het wel.

Op deze leeftijd wordt elke correctie persoonlijk genomen.
Niet als feedback op gedrag, maar als feedback op wie je bent.

Wat ze nodig had, was zachtheid.
“Oops, je probeerde het water in te schenken en het ging ernaast. Kan gebeuren. Ruimen we samen op.”

Wat ze kreeg, was: “Nee nee nee, stop! Het loopt eruit!”

Mijn toon was afwijzend. Haar systeem hoorde: ik ben niet goed.

Zij schiet in haar coping: boos doen, afweren, ‘nee zeggen’, mij wegduwen.
En wat doe ik? In plaats van de ondertiteling te geven aan wat er onder haar gedrag zit, reageer ik op het zichtbare gedrag.

Ik herpak mezelf niet, ik reguleer mezelf niet, ik neem niet de volwassen rol.
Ik blijf het afgewezen meisje.

Dat is mijn deel. Daarover in een volgend artikel meer.

Maar… wat is er bij haar aan de hand?

De identiteitsontwikkeling van een meisje van 6 jaar

(oftewel: waarom water morsen nooit alleen over water gaat)

Rond de leeftijd van zes jaar gebeurt er iets groots, maar subtiels. Kinderen gaan zich steeds meer bewust worden van wie ze zijn in relatie tot anderen.

Wat speelt er intern?

Een meisje van zes:

  • Ontwikkelt een beginnend zelfbeeld (“ben ik slim, lief, lastig?”)
  • Vergelijkt zichzelf steeds meer met anderen
  • Is extreem gevoelig voor afwijzing (vooral van ouders)
  • Kan gedrag en identiteit nog niet goed scheiden

Voor haar voelt het niet als:

“Mijn gedrag wordt gecorrigeerd”

maar als:

“Ík word afgekeurd.”

Dat maakt haar kwetsbaar.
En kwetsbaarheid komt bij kinderen zelden als verdriet naar buiten. Het komt als:

Boosheid, dwars gedrag: “Jij bent stom!” Wegduwen van degene die het meest dichtbij staat (hallo mama :-))

Wat heeft ze nodig?

Geen perfecte moeder of een moeder zonder irritatie.
Maar wél een moeder die – zodra ze het ziet – herstelt.

Ze heeft nodig:

Emotionele veiligheid: ik mag fouten maken en ondertiteling: woorden voor wat zij voelt

“Je baalt dat het niet lukte hè?”

Scheiding tussen gedrag en zijn

“Het ging mis, maar jij bent oké”

Regulatie van de volwassene want zij kan het zelf nog niet.

En soms… heeft ze gewoon een moeder nodig die zegt: “Sorry lieverd, mama was te fel. Zullen we opnieuw beginnen?”

Want dát leert haar misschien wel het belangrijkste over identiteit:

Ik ben het waard dat relaties worden hersteld.

Tot slot

Ouderschap is geen aaneenschakeling van pedagogisch perfecte momenten. Het is een serie botsingen, herstelpogingen en inzichten achteraf onder de douche.

En soms, maken er gewoon twee zesjarigen ruzie.
Maar is er gelukkig één die later die avond weer volwassen wordt.

Volgende keer…
Meer over onverwerkte en steunende ervaringen die met je meelopen in de opvoeding van een kind.